Ik begon het jaar goed, vond ik. Ik had compost en mulch op de bedden gelegde, houtsnippers op de paden en, als experiment, wol om de grotere planten. Onze zandgrond droogt namelijk gauw uit in het voorjaar als er weinig regen valt en de grond niet beplant is. De wol hield de grond vochtig, maar ook koud. Het weer bleef ook lang koud, alles groeide wat trager dan ik gewend was. Alleen de bieten deden het meteen geweldig.
Eind mei werd het warmer. En in juni stonden de tuin vol bloemen. Ook bij de buren. We zeiden tegen elkaar dat het leek alsof er meer insecten waren. Maar op een paar kleine buitjes na had het niet geregend. En toen werd het warm. Echt warm. En het regende nog steeds niet. In de moestuin moest ik bijna om de dag water geven. Een volle watertank van 1000 liter is verbazingwekkend gauw leeg als het nooit regent. Als die leeg is ben ik aangewezen op kraanwater. Daarom geef ik alleen de groentebedden regelmatig water. De rest van de tuin moet het in principe zonder doen.
Het is een dilemma: hoeveel kostbaar drinkwater gebruik je om je dierbare planten te redden? Korter douchen en een teiltje om water op te vangen hielp een beetje tegen het schuldgevoel, maar nauwelijks voor de planten. Die leden onder de droogte. Veel zomerbloeiers hebben helemaal niet gebloeid, hun bloemknoppen raakten verdroogd voordat ze zich konden ontwikkelen. Ik kon het uiteindelijk niet aanzien, al die planten met zwarte knoppen en dode bladeren. Ik heb ze opgeruimd en de resten op de grond verspreid, zodat beestjes en andere planten er misschien nog iets aan hebben.
En nu komt het water met bakken uit de hemel. Verbazingwekkend is het om te zien hoe snel de tuin zich herstelt.
Het was een enerverend seizoen. Ik moet deze herfst echt gaan nadenken over droogtebestendige planten. En over slimme plantcombinaties om water vast de houden in de moestuin.
Maar eerst wordt het nog een geweldig druivenjaar. Als het niet te veel gaat regenen!
Marian van der Horst