Ik heb zo mijn voorkeuren wie en wat er op de tuin komt. Niet dat ik er veel aan zou kunnen doen, want de meeste komen gewoon, maar sommige (de kolibrivlinder bijvoorbeeld of puttertjes) verwelkom ik. Andere ben ik niet zo blij mee. En soms kan ik daarover van mening veranderen. Zoals bijvoorbeeld over wespen.
Onder de kweepeer in het pad zat al een tijd een gat, een verlaten muizenhol. En daar zag ik op een dag insecten in en uit vliegen. Ze waren te snel om te determineren. “Wespen”, zei de buurman, die imker is. “Zal ik ze voor je opruimen?”
Ik geloofde hem niet, wilde hem niet geloven, maar een foto bracht duidelijkheid: doodgewone wespen. Ik wilde niet meteen met gif gaan werken en ging op zoek naar informatie. Volgens de deskundige van de Wespenstichting hoefde ik niets te doen, tenzij ik last van ze had. “Het zijn nuttige beesten. Als het kouder wordt gaan ze dood en komt het nest niet op diezelfde plek terug”.
De wespen lieten mij met rust, behalve als ik te dicht bij het nest kwam.
Als ik per ongeluk toch wat te dichtbij kwam lieten ze me dat weten met angstaanjagend luid gezoem. Dus zette ik het pad onder de kweepeer af en bleef uit de buurt.
Begin oktober waren de kweeperen rijp. Ik ging kijken of ik er een paar kon oogsten zonder de wespen te storen.
En toen merkte ik dat er geen beweging meer was bij de ingang van het nest. Dichterbij gekomen zag ik dat er een groot gat gegraven was. Er lagen brokstukken naast van een soort honingraten. Wat er nog over was van het nest, was kennelijk leeggeroofd. Iemand/iets had in de gaten gehad dat de wespen geen gevaar meer vormden en had zich al meteen tegoed gedaan aan de resten. Schokkend vond ik dat. Dat ze opeens allemaal dood waren en het nest leeg en vernield.
Ze kwamen het jaar daarna inderdaad niet terug. Maar als ze weer komen zijn ze welkom. Ik hoop dat het goed met ze gaat.
Marian van der Horst