Zuid-Kennemerland

Tweedaagse tocht naar Drenthe, Groningen en Friesland; juli 2019.

Tweedaagse tocht naar Drenthe, Groningen en Friesland.

 

Bijna was ik te laat bij de bus omdat de batterij van mijn horloge het ongemerkt liet afweten. Wat keek ik raar op toen de bus al vol zat toen ik naar binnen ging. Gelukkig hadden Loulou en Mieke een plaatsje voor me vrijgehouden. Keurig op tijd vertrokken we met de inmiddels vertrouwde Jasper achter het stuur. Wel een teleurstelling dat er in de gloednieuwe bus alleen oploskoffie was, maar de smaak viel mee en al gauw werd er koffie en thee rondgedeeld. Dat was wel nodig, want het was een heel eind rijden naar de eerste stop, het buiten Bosch en Vaart in het noorden van Drenthe.

Daar werden we ontvangen door Kees Andriesse, die vroeger ook lid van onze afdeling is geweest. Hij is de partner van Pieter Battjes, die samen met zijn zus Greet eigenaar is van het buiten. Na de koffie met Groninger koek en een stukje historie werden we in twee groepen verdeeld voor een uitgebreide rondleiding over het buiten. Ik zat in de groep van Kees, die leuk kon vertellen maar niet zo veel verstand van plantjes had, wat duidelijk werd toen hij een achillea als alchemilla bestempelde.

Het indrukwekkende witte hoofdhuis is gebouwd in 1885 in een combinatie van allerlei bouwstijlen. Kees deelde enthousiast folders uit van een boek over de geschiedenis van het huis. Toen Pieter het landgoed in 1984 kocht, was de grond eromheen een heideveld. Met kunstmest hebben ze eerst een siergazon aangelegd. Het is een prachtig park geworden, met heel veel variatie. Er zijn mooie zichtlijnen en doorkijkjes naar de weilanden. In een ooievaarsnest was een ooievaar met kleintjes te zien. Omdat watertekort een probleem is, hebben ze overal tweedehands brandslangen aangelegd, maar dat valt helemaal niet op. We zagen bomen met een rondje zonnebloemen eromheen, heel veel blauwe hortensia’s (er zit ijzer in de grond), een lindelaan, enorme gunnera’s in groepen, die ’s winters afgedekt worden. We kwamen ook een eiland tegen dat bestemd was als toekomstige begraafplaats voor Pieter, Greet en Kees. Er stond al een mooi beeld op. Nadat we een tijdje door een bos hadden gelopen, kwamen we bij een groot veld. Middenin stond een leuk theehuis, een rijksmonument. Er renden een aantal prachtige bruine Kameroenschapen omheen, die niet geschoren hoeven te worden. Toen we nog een paar tuinkamers met bloemen en een moestuin hadden bezocht, kwamen we eindelijk bij het huis, dat iets weg heeft van een bruidstaart. Eromheen waren een paar mooie borders aangelegd en op de veranda stonden leuke orangerieplanten. Het geheel zag er prachtig uit, erg verzorgd. Wat geweldig dat dit drietal zoveel tijd en liefde heeft gestoken in het herstel van het landgoed. In de toekomst zal de stichting het eigendom en beheer overnemen, om te zorgen dat het unieke karakter behouden kan blijven. 

Lunch en nog twee tuinen.

Voor een heerlijke en overvloedige lunch gingen we naar museum de Buitenplaats, een bijzonder gebouw. Na de lunch hadden we nog even tijd om de aantrekkelijke tuinen te bekijken. Er was een dwaaltuin, een rustgevende, formele vijvertuin en een historische appelhof. 

Vervolgens bezochten we nog twee tuinen voordat we naar het hotel gingen. De eerste was de tuin van Cocky Stottelaar in Peize. Als je de tuin in kwam zag je eerst veel planten in potten. Ze vertelde ons dat de tuin vroeger een kwekerij van één soort conifeer was, die ze stukje bij beetje hebben weggehaald toen ze hier 25 jaar geleden begonnen. Het is een hele diepe tuin, met diverse tuinkamers. Al doende merkte ze dat rechthoekig het beste bij haar paste. Maar als onderbreking in het gras staat middenin de tuin een grote cirkel met een mooie, hoge beplanting in grote groepen. Verderop had ze nog een kleinere cirkel gemaakt. In het eerste gedeelte waren prachtige borders te zien. Tussen de planten stonden wuivende grassen en er bovenuit staken planten als witte Thalictrum en de witte hoge Sanguisorba. Na een formeel gedeelte met een rechthoekige vijver en symmetrische vakken met Annabelles eromheen kwam je in een schaduwtuin. Er stonden bijzondere struiken in, zoals de heerlijk ruikende Schizophragma, die op een klimhortensia lijkt. 

Na de koffie/thee en wat lekkers vertrokken we naar de laatste tuin van die dag, van Ben Nusse in Foxwolde. Hij had het huis en de tuin in 1982 overgenomen, toen het een boerenbedrijf was. Zijn liefde voor tuinieren was begonnen bij hun huisje in in het wierdendorp Ezinge, maar ze wilden een grotere tuin. De tuin in Foxwolde hebben hij en zijn vrouw in fasen aangelegd. Bij binnenkomst zie je een overweldigende gele border die bestaat uit grote groepen mooie planten die prachtig waren gecombineerd. Er was ook een fel gekleurde border in oranje en rood. Maar er waren ook rustige borders in lila en roze, en een geheel witte border. Achterin bevond zich een moestuin met bloementuin. Die laatste zag er erg leuk uit omdat hier grote groepen planten in allerlei kleuren door elkaar stonden, wat een heel vrolijk en feestelijk effect gaf. Er was ook een kleine kwekerij bij de tuin met aantrekkelijke planten, zodat de ruimte onderin de bus al na de eerste dag bijna vol was. En weer was er koffie/thee met wat lekkers, zodat we niet van honger omkwamen toen we vanwege een omleiding wat later dan de bedoeling was bij het hotel aankwamen. Even lekker zwemmen zat er dus niet meer in, maar een avond- wandelingetje na het lekkere driegangendiner was ook leuk. Er zijn mooie voortuinen te bewonderen in Paterswolde.

De tweede dag.

Degenen onder ons die er al eens waren geweest verheugden zich er extra op, want de tuin en de kwekerij zijn erg de moeite waard. De kleurige pottenborders bij binnenkomst waren al een feest op zich. De eigenaars, Fleur van Zonneveld en Eric Spruit, vertelden dat ze al ruim 30 jaar bezig zijn met de kwekerij en de tuin. Ze legden uit dat de vaak welvarende boeren in het Hogeland al heel lang tuinierden op hun grote erven. Ze hadden goede zavelgrond, mooie kleigrond, maar er waren weinig kwekers voor wat meer bijzondere planten. Zo zijn Fleur en Eric begonnen met naast de tuin ook een kwekerij op te zetten, die stukje bij beetje steeds meer van de tuin heeft afgeknabbeld, ook vanwege de moerbedden. Hun eerste grote liefde zijn eenjarigen. De pottenborders zijn ontstaan omdat ze eerst niet wisten waar ze een plant neer moesten zetten. Zo’n pottenborder heeft veel voordelen: je hebt snel effect en kunt de opstelling makkelijk weer veranderen. Bovendien zijn de planten zo beter beschermd tegen slakken. Dat geldt zeker voor de oranje groep met bijzondere Afrikaantjes, die van Great Dixter afkomstig zijn.

De tweede grote liefde van Fleur en Eric zijn schaduwplanten. Toen wij er waren, was er net een schaduwplantenweekend met een paar specialistische kwekers. De roodtinten overheersten. Wat er echt uitsprong was de knalrode berberis, maar er waren ook veel andere struiken en planten met rood blad, waardoor de rode bloemen extra mooi uitkwamen. Er waren grote vakken met zonaanbidders en grassen. Via doorgangen in de hagen aan weerszijden van een hoofdpad kwam je in allerlei tuinkamers, vaak met mooie schaduwplanten. De kwekerij had zoveel te bieden dat de twee uur die we in de Kleine Plantage konden doorbrengen voorbij waren voordat we er erg in hadden. De arme Jasper had de grootste moeite om alle gekocht plantjes onderin de bus te krijgen.

Na de lunch in Abraham’s Mosterdmakerij was er nog tijd om in het museumpje rond te kijken en allerlei mosterdproducten aan te schaffen. Sommigen bezochten ook nog de kaarsenmakerij aan de overkant en de molen, waar allerlei meelproducten te koop waren. De laatste tuin lag in Jistrum in Friesland. De eigenaar van de Jakobstuin, Jaap de Vries, liet zich inspireren door het boek ‘Prachtig gras’ van Piet Oudolf en Henk Gerritsen, en door diverse tuinen, zoals de Hermannshof in Duitsland en Le Jardin Plume in Rouen. Op een voormalig schapenweitje was hij in 2009 begonnen met de tuinaanleg. Eerst had hij een hoofdpad gemaaid en diverse dwarspaden. Daarna was hij begonnen met het inplanten van de vakken, zonder tekening op papier. Hij had vier uitgangspunten: de tuin moest een open karakter hebben, je moest er overheen kunnen kijken en er omheen kunnen lopen en er moesten grassen in komen voor een zachte, natuurlijke uitstraling. Vier jaar lang is hij bezig geweest met afplaggen en beplanten. In het begin stond er veel persicaria in, maar al die aartjes bleken te eenzijdig. Hij wilde meer variatie in bloemvorm.

In de winter laat hij alles staan, zodat er een soort sprookjeslandschap ontstaat. Eind januari begint hij met het afknippen van de planten. In het voorjaar bloeien de Camassia, Euphorbia en Potentilla. Er staan toch een paar struiken in de tuin: een fluweelboompje en krentenboompjes Ook hoog boven de rest uit steken Stipa gigantea en Persicaria polymorpha. De vakken met Oudolfachtige beplanting zijn prachtig.met mooie kleurcombinaties. Tussen de zachte tinten en heel veel wuivende grassen staan groepen van fel oranjerode Helenium en felrode Crocosmia. Achterin zijn de kleuren wat zachter, meer paars, blauw en roze. Aan de zijkant heeft hij een heel mooi langwerpig vak gemaakt met een combinatie van rode pennisetum, rode allium, rode pimpernel en en Stipa tenuissima.

Iets vroeger dan gepland vertrokken we weer met de bus, zodat we ook wat eerder thuis waren. Bij aankomst kwam er een zee van vrolijke plantjes uit de bus die voor volop napret zorgden van alweer een leuke tweedaagse reis met prachtige tuinen, uitstekend in elkaar gezet door Inge. 

 

Yvonne Hassing

 

Foto’s Hans Stolvoort, Yvonne Hassing en Chris Cornet