Zuid-Kennemerland

Buxusmotten in de feromonenval

Als je tegenwoordig ‘even’ niet oplettend bent, kan het ‘hommeles’ zijn met je buxusstruiken...deze kunnen in één nacht kaalgevreten worden. Na het bespuiten met een speciale buxus-bladmest om de rupsen van de buxusmotten ‘om zeep te helpen’ door ze van hun vraatzucht te beroven, kan er ook een ander middel worden ingezet: een feromonenval.

Nachtelijke mannetjesvlinders op ‘vrijers-vleugels’ komen in de schemering tevoorschijn om een vrouwelijk maatje op te sporen.... ze worden gelokt door een staafje gedrenkt in een kunstmatig odeurtje van hun vrouwelijke soortgenoten.....het aantrekkelijke geurtje kunnen ze al op kilometers afstand waarnemen. Hun voortplantingsdrift wordt - na enige tijd - afgestraft met een dodelijke onderdompeling in leidingwater, tenminste als ze uitgeput naar de bodem van de feromoneval zijn afgedaald. 
Dat is nu juist het euvel: - na enige tijd - je ziet hun doodsstrijd toch met lede ogen aan; maar... als je A zegt, moet je ook B zeggen.

Zowaar, op een zwoele zomerse late avond zien we, behalve schichtige vleermuizen tegen de nachtblauwe hemel, ook witte zwart-gerande beauty’s rondom de half-doorzichtige hangende plastic val rondzwermen; met onderin de voorgeschreven fatale laag vocht. Na hun ‘erotische’ duik in de lonkende taps-toelopende opening van dit ‘watergraf’ komen de nachtvlinders hun vermeende sex-partners daar niet tegen. Eenmaal binnen fladderen ze vurig voor hun leven; de uitweg is onvindbaar. (zoals een wespenval). 
Het zijn taaie rakkers, die buxusmotten en geven zich niet zomaar aan de verdrinkingsdood over. Ze klampen zich in hun doodsstrijd vast aan de donkere bovenkant van de hangende val (met bajonetsluiting).
Steeds weer nieuwe wellustige mannetjesmotten komen hunkerend op de misleidende geurstof af en voegen zich bij alle andere onfortuinlijke insecten in hechtenis. 
Overdag blijven sommige stilletjes en verscholen hangen, wederom wachtend op de nachtelijke uren........of wellicht nog op een naderend wonder?
Dan komt de vraag: hoe legen we deze steeds voller wordende bak, zodat deze schadelijke nachtvlinders niet kunnen ontkomen? De gelige drab op de bodem verraadt dat er al meerdere exemplaren in de afgelopen weken ter ziele zijn en tot stof uiteengevallen. Onze oplossing: vul een flinke emmer met ruim water en laat de ongeopende val helemaal vollopen, zodat de meest recente gevangen noodlottige mot ook een dodelijke doop tegemoet gaat. Wel lastig om de allerlaatste luchtbel te laten ontsnappen zonder vliegvlugge motten. 
Ondertussen sussen we ons geweten met de gedachte dat deze exoten brutale indringers zijn, die in deze contreien niet thuishoren. Ze hebben hier he-le-maal niets te zoeken en moeten niet aan onze gekoesterde buxussen komen, basta!

                                                                           Hélène Cornet-Verkleij